Slakken en de longworm

Hoe longworm herkennen?

Longworminfecties kunnen een brede waaier van symptomen vertonen die gemakkelijk verward kunnen worden met andere ziektes.

Gelukkig kan een staal van uitwerpselen steeds een vermoedelijk geval bevestigen. De dierenarts kan deze test zelf uitvoeren of laten uitvoeren om vast te stellen of uw kat besmet is met de longwormparasiet.

Er is een grote variatie aan symptomen mogelijk, van helemaal geen tot zeer ernstige longproblemen en zelfs sterfte kan voorkomen.

Meestal worden ademhalingsproblemen gezien, zoals hoesten, niezen, neusvloei. Maar ook weinig eetlust en koorts komen voor. De ernst van de symptomen hangt af van de algemene toestand van de kat: katten die bijvoorbeeld aids of leukemie hebben, worden ernstiger ziek.

Indien uw kat 1 of meerdere van onderstaande symptomen vertoont, neem dan onmiddellijk contact op met een dierenarts.

-          Hoesten

-          Niezen

-          Neusvloei

-          Piepen

-          Sneller ademen

-          Moeilijk ademen

-          Koorts

-          Slecht eten

-          Suf zijn

Wat is de longworm

De longworm (Aelurostrongylus abstrusus) is een parasiet die ernstige gezondheidsproblemen kan veroorzaken bij uw kat en zelfs dodelijk kan zijn indien deze niet tijdig wordt gediagnosticeerd.

Volwassen longwormen leven in de uiteinden van de luchtpijpvertakkingen; de bronchiolen en alveolen. Ze zijn langwerpig en rond en kunnen tot 1,2 cm lang worden.

In deze bronchiolen en alveolen worden eitjes gelegd, de larven die hieruit komen klimmen op langs de luchtpijpvertakkingen en worden opgehoest door de kat. De aanwezigheid van volwassen wormen, eieren en larven in de longen veroorzaakt schade en ontstekingen.

Om die reden wordt het een longworm genoemd. De larven komen uiteindelijk met de stoelgang naar buiten maar ze zijn te klein om met het blote oog waar te nemen.

De longwormlarven komen in de slak terecht doordat slakken de stoelgang opeten, maar ze kunnen ook actief door de voet van de slak penetreren1.

Alle katten kunnen besmet raken, ongeacht hun geslacht, ras of leeftijd, maar jongere katten lijken vatbaarder te zijn om de parasiet op te pikken. Men denkt dat het komt omdat jonge katten nieuwsgieriger zijn en vaker jagen. Dieren die slakken eten zoals muizen, vogels en kikkers, kunnen op hun beurt de infectie doorgeven naar de kat als ze bejaagd worden.

Katten bouwen immuniteit op tegen deze ziekte, maar het is onzeker of deze voldoende is om een nieuwe infectie te voorkomen. Het is tevens onzeker hoe lang deze immuniteit aanhoudt, dus de kans bestaat dat katten zich kunnen herinfecteren2.

Er bestaan ook nog andere soorten longwormen (Troglostrongylus brevior, Capillaria aerophila) die jouw kat kunnen infecteren. Indien je jezelf op welke manier dan ook zorgen maakt om uw kat, vraag je best advies aan uw dierenarts.

Uw dierenarts kent de voorgeschiedenis van uw kat, kan het dier onderzoeken en kan testen laten uitvoeren om longworm vast te stellen.

Ook honden kunnen besmet worden met een longworm via slakken maar dat is niet dezelfde longworm als bij katten. Bij honden heet deze longworm Angiostrongylus vasorum.

Indien je denkt dat uw hond mogelijks gelijkaardige symptomen vertoont als deze beschreven bij de kat (hoesten, ademhalingsproblemen, maar soms ook bloedingen en zenuwstoornissen), neem dan zo snel mogelijk contact op met uw dierenarts.

Voor zover bekend is de longworm (Aelurostrongylus abstrusus) niet besmettelijk voor de mens. Echter, katten en honden kunnen drager zijn van rondwormen die ziektes kunnen overdragen naar de mens. Let er dus goed op om de parasietenbestrijding bij uw huisdier goed op te volgen.

Meer informatie over rondwormen en andere parasieten vind je op de website www.happypets.bayer.be

Indien je door het lezen van bovenstaande informatie jezelf zorgen maakt of indien je nog vragen hebt, aarzel niet om contact op te nemen met uw dierenarts.

1Pennisi M.G. et al. (2015) Lungworm disease in cats - ABCD guidelines on prevention and management, Journal of Feline Medicine and Surgery, 17:626-636

2Hamilton J.M. et al. (1968) Studies on re-infestation of the cat with Aelurostrongylus abstrusus. Journal of Comparative Pathology, 78:69-72

 

Levenscyclus

  1. Infectieuze L3 larven worden oraal opgenomen en migreren via de lever, bloed, lymfevaten en het rechterhart naar de longen waar ze zich ontwikkelen tot volwassen wormen.
  2. De volwassen wormen zijn terug te vinden in de bronchiolen en alveolen. De wormen leggen daar eitjes en de uitgekomen L1 larven klimmen op naar de luchtpijp, waarna ze worden opgehoest en terug ingeslikt.
  3. Deze L1 larven worden via de uitwerpselen uitgescheiden in de omgeving.
  4. Verschillende slakkensoorten nemen de larven op door in contact te komen met de uitwerpselen en vormen zo een potentiële bedreiging voor nieuwsgierige katten.
  5. Kikkers, knaagdieren en vogels kunnen de besmette slak opeten en functioneren dan als besmettingsbron voor de kat.

De ontwikkeling van de worm in de kat verloopt traag en duurt ongeveer één tot twee maanden. Dus een kat die bijvoorbeeld in juni een besmette slak opeet, zal pas in augustus symptomen kunnen beginnen vertonen.

levencycluslongworm

Film