Slakken, dodelijk voor uw kat?

Waarom dodelijk?

Uw kat loopt wel eens rond in de tuin. Dezelfde tuin waarin ook naaktslakken en huisjesslakken rondkruipen die besmet kunnen zijn met de larven van de longwormparasiet. Zo’n geïnfecteerde slak opeten kan uw kat besmetten met longworm.

De longworm bevindt zich, zoals de naam het zelf al zegt, in de longen van een kat. De volwassen wormen leven in de uiteinden van de luchtpijpvertakkingen en de longalveolen en produceren daar grote hoeveelheden eitjes, waaruit larven komen die opklimmen naar de keel. De aanwezigheid van de wormen in het longweefsel en de migratie van de larven veroorzaakt schade en ontstekingen. Dat kan leiden tot onder andere hoestbuien, ademhalingsproblemen, zuurstoftekort en zelfs tot overlijden.

Goed om weten:

In een vochtige omgeving kunnen de longwormlarven tot 5 maanden overleven in de stoelgang van de kat1. Eén geïnfecteerde kat kan er dus voor zorgen dat gedurende lange tijd de slakken in de omgeving besmet worden.

Voor meer info, raadpleeg je dierenarts!

1Pennisi M.G. et al. (1995) Longwormziekte bij katten veroorzaakt door Aelurostrongylus abstrusus, Tijdschrift van de Diergeneeskunde, 120(9):262-266

Eet uw kat slakken?

Katten hebben ontelbare mogelijkheden om buiten in contact te komen met huisjesslakken en naaktslakken. Deze slakken verstoppen zich in het gras of onder voorwerpen en zoeken vochtige plekken op, zoals waterkommetjes, plassen en vijvers.

Gelukkig zullen de meeste katten een huisjeslak of naaktslak links laten liggen, al zijn er sommige die deze graag onderzoeken en zelfs opeten. Sommige huisjesslakken en naaktslakken kunnen ook per ongeluk opgegeten worden terwijl uw kat met een speelgoedje speelt, van een waterplas of een kom water drinkt, gras eet of in de aarde wroet. Omdat naaktslakken en huisjesslakken houden van een vochtige omgeving, is de drinkbak, die buiten staat, een ideaal doelwit. Reinig daarom regelmatig de drinkbak van uw kat en ververs het water.

Belangrijker voor de overdracht van longworm dan voorwerpen die zich in uw tuin bevinden, zijn de dieren waar uw kat op jaagt. Kleine dieren die slakken eten, zoals kikkers, muizen, ratten en vogels, kunnen de besmetting ook overbrengen op uw kat.

Uit experimentele gegevens1 blijkt dat katten eventueel ook via het slijm van slakken kunnen geïnfecteerd worden. Deze slakken beginnen 3 weken na infectie besmettelijke larven uit te scheiden, en blijven dit meer dan een maand doen.

Je kan nooit zeker zijn wanneer de naaktslakken en huisjesslakken op de loer liggen, maar de lente en de herfst zijn piekmomenten voor slakkenactiviteit.

1Conboy G. et al. (2017) Spontaneous shedding of metastrongyloid third-stage larvae by experimentally infected Limax maximus, Parasitol. Res 116:S41-S54

Soorten slakken

In België leven enkele tientallen soorten landslakken, zowel naakt- als huisjesslakken. Alle bekende slakkensoorten kunnen de longworminfectie overdragen.

Het formaat van deze slakken kan variëren van enkele millimeters tot wel 20 cm lang! Huisjesslakken kunnen tot 25 jaar oud worden, maar gemiddeld is dit een vijftal jaar. Naaktslakken hebben een kortere levensduur: 9-12 maanden.

Slakken zijn nachtdieren die houden van een vochtige, warme omgeving. Als het koud is in de winter, overleven ze in een soort ‘winterslaap’ onder de grond, waarbij ze hun lichaam beschermen tegen uitdroging met een dun laagje slijm, al zijn er enkele nieuwe slakkensoorten die wel goed tegen de koude bestand zijn. Bij warmere temperaturen komen ze boven de grond en gaan ze op zoek naar eten.

Je zal slakken vooral aantreffen in de beschutting van een struik of een tuinmuur, en liefst in de buurt van water. De laatste 50 jaar zijn er enkele nieuwe slakkensoorten ingevoerd, die vooral graag verblijven in meer bewoonde gebieden, dit in tegenstelling tot inheemse slakken, die je zowel in bewoonde als rurale gebieden kan terugvinden. Het zijn deze nieuwe slakkensoorten die ervoor zorgen dat er de laatste jaren zoveel meer slakken zijn.

Slakken leven voornamelijk van plantaardig materiaal, maar zijn ook niet vies van dode dieren en halfverteerde voedselresten in stoelgang van grotere dieren.

Op deze wijze krijgen ze ook de eitjes van de longworm binnen. Een slak kan dus vanaf ze uit het eitje komt besmet worden met de longworm, en enkele weken tot maanden later is ze zelf infectieus voor de kat. De larven kunnen tot 4 maanden overleven in de slak1. De kat kan zich besmetten via opname van de slak zelf, maar eventueel ook via het slijm, waarin de slak longwormlarven uitscheidt1.

Leuk weetje: de snelste slak ooit kroop aan een snelheid van 9,9m/u. Dit is ruim meer dan de gemiddelde snelheid: 7-32cm/u.

1Pennisi M.G. et al. (2015) Lungworm disease in cats - ABCD guidelines on prevention and management, Journal of Feline Medicine and Surgery, 17:626-636

Slakkenseizoen

De meeste slakken houden van een warme, vochtige omgeving, en zal je dus vaker in het voorjaar en de zomer tegenkomen. Dit betekent echter niet dat ze niet tegen de koude kunnen! Sommige slakken blijven het hele jaar door actief, andere gaan in een soort winterslaap als het koud is, en wachten rustig af tot het weer warmer wordt.

Je zou kunnen zeggen dat het ‘slakkenseizoen’ loopt van maart tot oktober, wanneer de gemiddelde temperatuur ruim boven 0°C ligt. Dit betekent ook dat wanneer het warm en vochtig is, er ook meer slakken zullen zijn. Meer en meer worden er echt ‘slakkenplagen’ gezien, en ze staan alvast in de top 10 van de meest schadelijke tuinbewoners.

Dit is onterecht, want slakken doen ook veel goeds door dood materiaal op te ruimen en als voedingsstof aan de bodem toe te voegen.

Buiten een seizoensgebonden activiteit, hebben slakken ook een voorkeur qua omgeving. Ze houden niet erg van sterk zonlicht, omdat dat een gevaar voor uitdroging inhoudt.

Instinctief gaan ze op zoek naar beschutte, vochtige leefgebieden. Dit kan op grote schaal, zoals in een bos, maar ook op zeer kleine schaal, zoals in uw tuin, een vijver of de drinkbak van uw kat.

Slakken zijn vooral ’s nachts actief, en kunnen dan tot 10m ver kruipen op zoek naar vocht en eten. Overdag zijn ze minder actief en zullen ze meer beschutting opzoeken.

Leuk weetje: de snelste slak ooit kroop aan een snelheid van 9,9m/u. Dit is ruim meer dan de gemiddelde snelheid: 7-32cm/u.