FAQ

Veelgestelde vragen

Zoeken

Welke katten lopen het hoogste risico op longworm? Is er leeftijdsafhankelijke bescherming?

Het is bekend dat de katten die jagen het hoogste risico lopen. Prooidieren zoals muizen, ratten, vogels en kikkers eten slakken, en kunnen op die manier de longworm overdragen naar de kat.

Als we kijken naar de leeftijd, werden gevallen waargenomen in alle leeftijdscategorieën, maar jongere katten (<4 jaar) zijn oververtegenwoordigd. Er wordt verondersteld dat dit eerder te wijten kan zijn aan het gedrag (bv. de waarschijnlijkheid dat hij/zij slakken eet en/of jaagt) dan aan specifieke leeftijd gerelateerde aspecten zoals immuniteit. Hieronder wordt de leeftijdsdistributie bij de diagnose van 24 geïnfecteerde katten afgebeeld1.

Er is geen verschil in het risico op besmetting tussen de geslachten en de verschillende rassen.

1Barutzki D. and Schaper R. (2013) Occurrence and regional distribution of Aelurostrongylus abstrusus in cats in Germany, Parasitol Res, 112:855-861

Waar vind ik informatie over de geografische prevalentie en hoe registreer ik gevallen?

Er is geen meldingsplicht voor deze parasiet, dus is er geen gecentraliseerd gevallenregister. Wel is de parasiet al beschreven in al onze buurlanden, met een gemiddelde prevalentie in Europa van 8,3% bij huiskatten1. Bij wilde katten kan de prevalentie oplopen tot wel 502%! In een eerste kleine screeningsstudie bij 108 katten in België was 1,9% van de dieren besmet met longwormen, wat bewijst dat de parasiet aanwezig is in ons land3. Onderzoeken bij een groter aantal katten zijn nodig om een correct idee te krijgen van de werkelijke prevalentie.

Momenteel kan je gevallen vrijblijvend melden op het algemeen nummer van Bayer (02 535 66 53), of via e-mail: longworm@bayer.com
Deze meldingen worden anoniem verwerkt in een kaart, die ons en de dierenartsen helpt om een beter zicht te krijgen over de risicogebieden in België.

1Gianelli A. et al. (2017) Lungworms and gastrointestinal parasites of domestic cats: a European perspective, International Journal of Parasitology, 47:517-528

2Barutzki D. en Schaper R. (2013) Occurence and regional distribution of Aelurostrongylus abstrusus in cats in Germany, Parasitology Research, 112(2); 855-861

3Gianelli A. et al. (2017) Lungworms and gastrointestinal parasites of domestic cats: a European perspective, International Journal of Parasitology, 47:517-528

Wat zijn de voornaamste klinische tekenen? Vertonen ze altijd symptomen? Hoesten ze altijd?

De klinische tekenen van Aelurostrongylose variëren zeer sterk, maar zijn steeds gerelateerd aan een luchtwegprobleem. Er wordt hoesten, versnelde ademhaling, moeilijk ademen, neusvloei, niezen en algemeen ziek zijn gezien. Zeer vaak verloopt de infectie ook zonder symptomen, en kan ze dus gemist worden. Deze dieren zijn dan een bron van besmetting voor de omgeving. De ernst van de symptomen is afhankelijk van de leeftijd van het dier, de immuunstatus en eventuele bijkomende infecties: een dodelijke afloop is dan mogelijk bij zware besmettingen.

Kan herbesmetting optreden en moeten de andere dieren in huis ook getest worden?

Volgens experimentele gegevens bouwen katten immuniteit op tegen deze ziekte, maar het is onzeker of deze voldoende is om een nieuwe infectie te voorkomen. Het is tevens onzeker hoe lang deze immuniteit aanhoudt, dus de kans bestaat dat katten zich kunnen herinfecteren1.

Men moet zich realiseren dat voor andere katten in hetzelfde huishouden of die dezelfde omgeving delen het risico op besmetting hoger is, omdat ze ook kans lopen om in contact te komen met besmette slakken en/of prooidieren. Katten kunnen elkaar niet rechtstreeks besmetten, aangezien de larven die ze uitscheiden nog niet besmettelijk zijn. Daarvoor moeten ze eerst opgenomen worden door een slak, waarin ze zich ontwikkelen tot het voor katten besmettelijke larvestadium en pas dan kunnen ze andere katten besmetten. Het is dus altijd raadzaam om andere katten uit hetzelfde huishouden als van een bevestigd geval te laten onderzoeken op respiratoire ziekte.

1Hamilton J.M. et al. (1968) Studies on re-infestation of the cat with Aelurostrongylus abstrusus. Journal of Comparative Pathology, 78:69-72

Is het slijmspoor van een geïnfecteerde slak een risico voor katten?

Ja, dit kan een risico vormen. Uit een experimentele studie1 blijkt dat besmette slakken besmettelijke larven uitscheiden in hun slijmspoor. Voor andere soorten longwormlarven is aangetoond dat ze enige tijd kunnen overleven in vochtig slakkenslijm. De slakken blijven larven uitscheiden gedurende enkele weken, en zorgen zo voor een continue besmetting van de omgeving.

Dus: vers slijm in een vochtige omgeving zoals een plas water, een drinkbak of vochtig gras kan beschouwd worden als een risico.

1Conboy G. et al. (2017) Spontaneous shedding of metastrongyloid third-stage larvae by experimentally infected Limax maximus, Parasitol. Res. 116:S41-S54

Is er een welbepaalde slakkensoort die deze parasiet meedraagt?

Alle soorten land- en waterslakken kunnen optreden als tussengastheer. Zowel huisjes- als naaktslakken kunnen de infectie overdragen. Er zijn katten die graag slakken eten, al komt dit niet vaak voor. Vaker gebeurt de besmetting via het jagen op en opeten van kleine prooidieren die slakken eten, zoals muizen, ratten, vogels, kikkers enz. De besmetting met longworm vormt dus zeker een risico voor katten die jagen.